Rood kruisje? De juf legt het uit

Bergschenhoek – Diep verscholen in de Bomenbuurt in Bergschenhoek, aan de rand van het centrum, ligt OBS Vuurvogel. Vanbuiten is de openbare basisschool aan de Zilverspar een school als alle anderen. Binnen is de gezelligheid tastbaar en de liefde voor het onderwijs voelbaar.

Of, zoals Nicolette Dronkers dat gevoel omschrijft: “Het liefste wat wij doen is lesgeven. Dat is voor ons als leerkrachten onze roeping.” De inwoonster van Berkel en Rodenrijs is sinds maart vorig jaar directeur van de Vuurvogel, waar leerling, ouders en school een belangrijke driehoek van betrokkenheid vormen. “De samenwerking met de ouders vinden wij belangrijk. Zeker nu, tijdens de coronapandemie. Als leerkrachten dragen we samen een missie uit: Samen met de leerling en betrokken ouders willen wij het maximale halen uit de basisschooltijd van de leerlingen. Wij bereiden hen voor op een leven en leren in een continu veranderende wereld.”
En dat onder het motto: op OBS Vuurvogel ontdek ik wie ik ben, wat ik kan, wat ik voel en wat ik wil.
Desondanks merkte Nicolette kort na haar aanstelling dat haar nieuwe werkomgeving en de wijze van lesgeven onder de inwoners van Bergschenhoek relatief onbekend was. “Ik sprak mensen die geen idee hadden van wie wij waren en waar wij zaten. `OBS Vuurvogel? Sorry. Zegt me helemaal niets´.” Tijd om de naamsbekendheid breder te trekken, kreeg ze echter niet. De eerste coronagolf en de bijbehorende regelgeving eiste haar aandacht. “De scholen gingen dicht. Van de een op de andere dag was ik een schooldirecteur zonder leerlingen.”

Achter de laptop van de noodschool op de Vuurvogel. Elke groep telt maximaal zeven leerlingen. Foto: Arie van Driel.

Verantwoording

Vooralsnog is er niemand van het personeel positief getest. Wat de verdienste is van alle betrokkenen. Zo namen de leerkrachten hun verantwoording door de klassen goed te ventileren, niet meer met elkaar te lunchen en niet meer fysiek te vergaderen. En verdwenen de twintig stoelen uit de teamkamer. De maatregelen werden naar de tweede Covid-19 golf doorgetrokken. Net als de ervaringen van de noodopvang uit de eerste periode. Nicolette: “Het voordeel is dat wat we toen hebben geleerd, nu kunnen gebruiken. In maart moesten we onverwachts sluiten. En werden we verplicht om kwetsbare kinderen op te vangen. Alleen was de vraag: wie zijn dat? Wie zouden we op school willen zien? Toen half december de scholen opnieuw moesten sluiten, hadden we een lijstje klaarliggen met daarop de namen van de kinderen die thuis door welke omstandigheden of situaties dan ook, minder goed konden leren.”
Kwetsbaarheid is overigens een rekbaar en te interpreteren begrip. “Een leerling kan een leerachterstand hebben. Of niet kunnen leren doordat hij of zij geen eigen kamer heeft. Er thuis geen internet is. Spanningen in het gezin. Of ouders met een cruciaal beroep. Er zijn ook ouders die aangeven het niet meer te trekken en daarom vragen of hun kind welkom is. Dat zijn ze. Al zijn ze hier maar een of twee dagen, ook dat geeft hun ouders lucht. We geven graag alle leerlingen gelijke kansen. Nogmaals. Ieder kind dat thuis moeilijk tot leren komt, is hier welkom. Sterker. We vinden het opvangen van kinderen zó belangrijk, dat we het met elkaar zo organiseren dat we iedereen die een beroep op ons doet, van dienst kunnen zijn.”

Noodschool

Van de 130 leerlingen van de Vuurvogel komen er op dit moment 41 naar de noodopvang. Of zoals Nicolette en haar collega´s dat noemen, naar de noodschool. “Want het is feitelijk gewoon school waar ze naartoe gaan. We geven immers les.” De lessen die van maandag tot en met vrijdag van half negen tot kwart voor drie worden gegeven, zijn overigens dezelfde als die de leerlingen in het thuisonderwijs krijgen.
Ten opzichte van het thuisonderwijs tijdens de eerste golf en de huidige lockdown, is er zo het nodige veranderd. Toen kreeg een leerling een filmpje met een lijst van te maken opdrachten toegestuurd. Nu is er drie keer per dag online contact met de leerkrachten. Wat het onderwijzend personeel veel meer inzichten geeft in de huiselijke omstandigheden van een leerling. Kim Haring (groep 1 en 2): “Van de vorige lockdown hebben we veel geleerd en zijn er sindsdien dingen verbeterd. Zo zien wij minimaal drie keer per dag de kinderen online in groepen van maximaal tien kinderen. Van ons krijgen ze de instructies die ze eerder van hun ouders kregen. Dat wij dat doen, neemt bij vaders en moeders veel stress weg. Zo vertelden ouders dat hun kinderen niets van hen aannamen. Wat weer voor strijd in hun gezin zorgde.”

Leerproces

“Doordat wij via het beeldscherm de thuissituatie kunnen bekijken, zien we heel goed wat er om een leerling heen gebeurt. Bijvoorbeeld een voortdurende blaffende hond. Een broertje dat schreeuwt. Vraag is of je dan wel thuis kunt leren. In een gesprek met de ouders bekijken we dan of hun kind of kinderen een of twee dagen naar de noodschool kan. Ouders bedanken ons voor de geboden optie. Wij op onze beurt, krijgen als leerkrachten energie van blije leerlingen. Eerlijk is eerlijk: we krijgen er veel voor terug. Maar dat niet alleen, online zien we ook meteen hoe iemand zijn of haar opdrachten maakt. Een groen vinkje, prima. Bij een rood kruisje legt de juf het uit.”
Nicolette: “We vinden het leerproces overigens belangrijker dan alleen het resultaat.”
Voor meer informatie: www.obsvuurvogel.nl.

Geef een reactie